If I know a song of Africa

      Reacties uitgeschakeld voor If I know a song of Africa

In 2006 gingen Afien en ik naar Kenia. We deden een trekking rond de Mount Kenya, de op één na hoogste berg van Afrika. We beklommen Point Lenana één van de drie toppen van Mount Kenya van bijna 5000 meter hoog. Een heel bijzondere tocht door een heel bijzonder gebied!

Nelion en Batian vanuit Mackindersvalley

Nelion en Batian vanuit Mackindersvalley

If I know a song of Africa, of the giraffe and the African new moon lying on her back, of the plows in the fields and the sweaty faces of the coffee pickers, does Africa know a song of me?
Karen Blixen, Out of Africa

Go by Peugeot
Bij het Parksite hotel in Nairobi nemen we een taxi naar het busstation voor de reis richting Nanyuki. We worden afgezet op een plein vol met matatu’s en shared taxis. Iedereen wil helpen. Iedereen weet de beste taxi. Iedereen kan een gids regelen voor de Mount Kenya. Iedereen wil onze bagage sjouwen. Beleeft en vriendelijk gaan we onze eigen weg. Een matatu is een busje voor veertien passagiers, met een ‘driver‘ en een ‘conductor‘. Vroeger zaten ze altijd barstens vol, soms wel met meer dan twintig Kenianen tegelijk. De huidige regering heeft dat nu verboden. Wij nemen een shared taxi. We betalen elk 350 Keniaanse shilling (een kleine vier euro) en nemen plaats in een hele oude Peugeot. Als er zeven passagiers zijn rijdt deze gammele auto uit 1969 in een keer naar zijn bestemming. Alhoewel het maar 150 kilometer rijden is, gaan we er meer dan drie uur over doen. De kwaliteit van het asfalt van de ‘snelweg’ is een regelrechte ramp. Het is een wonder dat de Peugeot niet uit elkaar rammelt. Ik ben gaan houden van dit stoffige, arme en warme land. In Naro Moru stappen we uit.

Parkgate Sirimonroute

Parkgate Sirimonroute

Naro Moru
Er komt een jonge man aangehold.
“Of we een taxi zoeken?”
“Zeker.”
“Of we de Mount Kenya gaan beklimmen?”
“Zeker.”
“Of we al geboekt hebben?”
“Nog niet.”
“Of hij met ons daarover even mag praten, want hij is gids en heeft een trekkingsbureau?”
“Dat zegt bijna iedereen hier. Heb je een certificaat dat je inderdaad gids bent?”
“Ja. Of we niet even mee willen naar zijn bureau, 20 meter verder op?”
“Waarom ook niet?”

Afien en ik lopen met hem mee. Hij roept een paar jongetjes om onze bagage te dragen.

Charles Wanja heeft samen met een collega het trekkingsbureau ‘Summit Venture Expeditions’. Hij heeft zijn papieren op orde. Wij weten wat we willen. Langs de Sirimon route in vier dagen omhoog, naar Point Lenana, op bijna 5000 meter en dan langs de Naro Moru route weer naar beneden. We willen een gids, een paar dragers en een kok mee. Dat hoeft allemaal niet perse, je kunt ook alles zelf doen. Maar het is gemakkelijk als je bagage omhoog wordt gesjouwd, je tent wordt opgezet en je eten wordt klaar gemaakt. Het hoort er hier gewoon bij. Bovendien ondersteun je de plaatselijke economie. Charles is betrouwbaar, hij weet waarover hij praat en heeft goede referenties. Na een kwartiertje praten hebben we een deal.

Mackinder valley

Mackinder valley

Point Lenana
Het is vijf uur in de ochtend. Onze tent staat verankerd aan grote stenen in de omgeving van de Austrian hut aan de voet van de Lewisgletsjer. Het heeft de hele nacht hard gewaaid. De achterkant van de tent is los gewapperd, maar ik had niet de moed naar buiten te gaan om de scheerlijn weer vast te maken. Veel te koud. We drinken wat thee en eten biscuits. Om half zes gaan we naar Point Lenana. Hoofdlampjes schijnen in het donker. In een klein uur lopen we naar boven. Het is een makkelijk pad met twee passages klauteren. De top op 4985 meter is niet bijzonder. Iemand heeft van takken een kruis gemaakt en tussen de rotsblokken gestoken. Als we boven zijn zien we de zon op komen en wordt het licht. Aan de horizon, 300 kilometer naar het zuiden, zien we de Kilimanjaro liggen. Charles heeft een verassing. Hij heeft een fles “champagne” meegenomen. Met een knal ontkurk ik de fles. Mierzoete rode sekt spuit er uit. We nemen een paar slokjes voor de vorm. We feliciteren elkaar. Een mooie prestatie, de op twee na hoogste top van de op één na hoogte berg van Afrika.

Tent bij Austriahut

Tent bij Austriahut

Afien op Point Lenana 4985 meter

Afien op Point Lenana 4985 meter

Twee gezichten
De weg is vol gaten, kuilen en drempels, afgewisseld door roadblocks met controles door gewapende agenten in uiteenlopende uniformen. De savannes zijn eerst verdord en droog, maar in de omgeving van de Mount Kenya wordt het groen. Plantages met koffie of bananen. Het leven speelt zich in Oost-Afrika af rond de weg. Overal mensen, overal kleuren. Iedereen is bezig, iedereen komt ergens vandaan of gaat ergens naar toe. Het is zondag. Overal lopen mensen die naar de talloze kerkjes op weg zijn. Overal zijn fietsen, overal marktjes, overal schooltjes, overal lopen geiten of koeien rond. Veel vuil langs de weg. Stinkende brandende vuilnishopen. Chaos en kleur. Drukte afgewisseld met leegte. Uitgestrekte vergezichten. Het maakt reizen hier tot een indrukwekkende belevenis. Kinderen zwaaien naar je. Vrouwen lopen soms met enorme zakken voedsel op hun hoofd al dan niet met een kind op hun rug. Mannen zitten in lange rijen voor de fabrieken. Met een wezenloze blik in hun ogen staren ze voor zich uit wachtend en hopend op werk. Afrika heeft twee gezichten. De prachtige parken, natuur en het wild, maar ook de armoede, de droogte en de uitzichtloosheid.

Batian en Nelion in de vroege ochtend

Batian en Nelion in de vroege ochtend

Kilimanjaro op 300 kilometer

Kilimanjaro op 300 kilometer

Liki Nord
Wij hebben bedacht om de tweede etappe in tweeën te knippen. We gaan daarom van de Old Moses hut (ook bekend onder de naam Juddmaier camp) naar de Liki Nord hut en pas de volgende dag door naar Shiptons camp. We willen de tijd nemen voor goede acclimatisering. De Liki Nord hut is gewoon een bouwval, een oud schuurtje op palen. Maar het dal hier is zo mooi en zo stil. Liki Nord is een riviertje dat ontspringt aan de voet van de berg en waaruit we water kunnen halen. Al ons drinkwater koken we en we voegen een klein chloortabletje toe om geen enkel risico te nemen. Het water lengen we iets aan met citroenlimonade. Om onze tent rennen de klipdassen heen en weer. Rotsklipdassen (hyrax) lijken veel op onze marmotten. Ze stoten schrille hoge kreten uit, spelen met elkaar en zijn goed benaderbaar. Als het donker wordt leggen onze dragers een kampvuur aan. We drinken thee en praten, onder een heldere sterrenhemel over bergen en politiek.

Liki North hut met links onze tent

Liki North hut met links onze tent

Maarten voor de Shiptonhut

Maarten voor de Shiptonhut

Antivries
De oversteek naar Shiptons camp is ook weer prachtig (Eric Shipton, bekend vanwege pogingen in de 30-er jaren om de Mount Everest te bedwingen, was de eerste die in 1929 rechtstreeks naar de top van de Nelion klom). De natuur is hier zo bijzonder. Charles laat ons zien dat tussen de bladeren van het reuzenkruiskruid vocht zit dat plakkerig aanvoelt. Het is een soort antivries dat de bladeren afscheiden als deze planten zich sluiten als het ‘s avonds donker en koud wordt. Hierdoor worden de planten beschermd tegen de vrieskou. Immers, op Mount Kenya is het elke nacht winter en elke dag zomer. We zien mossen die geheel los groeien van wortels, omdat boven de 4000 meter elke nacht het vocht in de grond bevriest, wat ingroei in de aarde onmogelijk maakt. De enorme reuzenlobelia’s hebben lange donzige bladeren die hun tere bloemen beschermen tegen de kou. En dan de vogels! Er zijn wel 130 verschillende soorten rond Mount Kenya. We zien veel tropische vogels (sunbirds), in alle soorten, maten en vooral kleuren. Een bergsporter die ook vogelaar is, zou hier helemaal in extase raken. Na een paar uur lopen zijn we bij de Shipton grotten. Het begint zachtjes te sneeuwen. Als we bij de hut zijn ligt er al een behoorlijk pak sneeuw. Het is koud. De hut is leeg en kaal. We kruipen diep weg in onze slaapzakken.

Mount Kenya sneeuw en bijzondere vegetatie

Mount Kenya sneeuw en bijzondere vegetatie

Austrian hut
De etappe van Shiptons camp naar de Austrian hut (gebouwd met ondersteuning van de Oostenrijkse alpenvereniging) en de iets verderop gelegen Top hut, is bijzonder. Het heeft de afgelopen nacht flink gesneeuwd. Het is januari. We leggen Charles uit dat dit weer in ons Nederlandje eigenlijk heel gewoon is voor deze tijd. We moeten opletten dat we niet onderuit gaan op het besneeuwde pad. We passeren de Simba col. Her en der liggen fraaie ronde gletsjermeertjes (tarns). We hebben een goed uitzicht op de mooie Gorges Valley; een inderdaad machtige kloof waarlangs de Chogoria route loopt. We zien de resten van een neergestort vliegtuigje. In de mist met een complete familie Amerikanen tegen de rotswand aangevolgen. Tja, dan is lopen veiliger. De meeste klimmers kiezen er voor om vanuit een van de camps rond de 4000 meter Point Lenana te beklimmen. Om een beetje zeker te zijn van mooi uitzicht, moet je dan bij zonsopgang, rond halfzeven op de top staan. Dat betekent vertrek rond twee uur ‘s nachts, enkele uren lopen in het donker en de ijzige kou. Wij lassen een extra nacht in bij de Austrian hut. Een overigens voor Mount Kenya begrippen redelijk onderkomen, waar ook goed gekampeerd kan worden. Vroeg op en dan in minder dan een uur naar de top.

Koken in Shiptonshut

Koken in Shiptonshut

Afdalen naar Mackinderscamp

Afdalen naar Mackinderscamp

Loslopend wild
Tijdens de afdaling van de berg houden we een korte pauze in Mackinders camp, genoemd naar de eerst beklimmer van de berg. Wij hebben de lastige puinhellingen achter ons gelaten. We voelen onze bovenbenen. Straks gaan we een doorsteek maken over de natte en drassige moorlands op weg naar ‘Met Station’. Daar zetten we nog een keer onze tent op voordat we de berg verlaten. Angstig komen onze dragers teruglopen. Ze zijn bang. Er liep een buffel met een jong even verderop. Buffels zijn zeer gevaarlijke dieren. Zo’n loslopende vrouwtjesbuffel kan zomaar tot de aanval overgaan. Dan moet je plat op de grond gaan liggen, adviseert Charles. We zijn langzamerhand uit het ondoordingbare regenwoud en het bamboebos gelopen. De dragers als elke dag ver vooruit. De bagage wordt steeds lichter. De etensvoorraad en brandstof (petroleum) zijn langzamerhand helemaal op. Charles probeert ons voor de laatste keer de oorspronkelijke namen van de Mount Kenya te leren uitspreken. Kirinyaga, de witte berg, zetel van de Kikuyu god Ngai. Het uitchecken uit het park is nog een hele bureaucratische procedure, van controles van paspoorten en afrekenen.
Wij rijden in een klein busje door de groene en vruchtbare weidegronden aan de voet van de Mount Kenya. Deze gronden zijn eigendom van de president van Kenia. Ik hoop dat zijn beleid net zo vruchtbaar mag zijn. Dit mooie land verdient beter.

Informatie trekking rond de Mount Kenya
Dat de Mount Kenya een enorme aantrekkingskracht heeft, bewijst het verhaal van drie Italiaanse krijgsgevangenen in 1943. Zij ontsnappen uit een Engels interneringskamp bij Nanyuki om de berg te beklimmen. Nadat ze op Point Lenana hebben gestaan, melden ze zich weer bij het kamp. Felice Benuzzi, één van de gevluchte officieren, schrijft hierover het boek ‘No picnic on Mount Kenya. A daring escape, a perilous climb.’ (geschreven in 1946 en nog steeds verkrijgbaar).

Onze crew met in de korte broek Charles Wanja

Onze crew met in de korte broek Charles Wanja

Op de kaart, links, de route die wij gelopen hebben. Van Nanyuki zijn we naar Old Moses gegaan, hierna naar Liki North, dat niet op de kaart staat en Oostelijk tussen Old Moses en Shipton’s hut ligt.

Mount Kenya is op de Kilimanjaro na de hoogste berg van Afrika. Het is een oude vulkaan die aan de voet een doorsnede heeft van bijna 100 kilometer. Mount Kenya ligt precies op de evenaar. Hij is drie miljoen jaar oud en bestaat uit broos lava en zacht puinsteen dat snel erodeert. De berg is de hoogste van Kenia en veelal bedekt met sneeuw en heeft een aantal kleine gletsjers. Er zijn drie toppen: Batian (5199 m), Nelion (5188 m) en Lenana (4985 m). Deze namen zijn afkomstig van de twee stamhoofden, en een van hun zusters, van de lokale bevolking die toestemming gaven voor de eerste beklimming. De Batian en Nelion kunnen alleen met alpinetechniek beklommen worden. Point Lenana is voor wandelaars goed te bereiken. Voor trekking en beklimming zijn de periode half januari tot half maart en half juli tot half september het meest geschikt. Beklimmingen van het centrale rotsmassief kan aan de zuidkant in de periode half januari tot half maart en aan de noordkant half juli tot half september. Immers in die periodes staat de zon respectievelijk ten zuiden en ten noorden van de evenaar en is de andere zijde van de berg niet in conditie. Er zijn drie hoofdroutes richting het centrale massief waarom heen een summit circuit loopt. De Naro Moru route, de kortste en meest begane; de Sirimon, de prachtige route vanaf de noordkant; de Chogoria route, de langste en de mooiste qua natuur.

Maarten op de Simba col met de Simba Tarn

Maarten op de Simba col met de Simba Tarn

Adviezen voor trekkers rond de Mount Kenya
Advies 1: Neem zo veel mogelijk je eigen materiaal mee, tent, slaapzak, slaapmatje, naast uiteraard je persoonlijke uitrusting. Je mag soms wel tot 30 kilo bagage meenemen in het vliegtuig, dat is ruim voldoende voor dat materiaal. Als je dat niet doet, ben je afhankelijk van hutten die uiterst basic zijn of het materiaal van je trekkingsbureau. Mount Kenya is een nationaal park. Je moet je bij binnenkomst registreren en je moet voor elke dag een flinke fee betalen. Ook moet je voor de hutten of de kampeerplaatsen betalen. Check voor actuele prijzen de website van het park of de Kenya Wildlife Service. Een gids meenemen is niet verplicht. Je mag niet als individu het park in, dus altijd met minimaal twee personen (veiligheidsredenen).

Advies 2: Regel ter plaatse je trekking of beklimming. Dat is goedkoper en je kunt zelf bepalen of je vertrouwen hebt in je gids. Gidsen moeten in het bezit zijn van een certificaat van de Kenya Wildlife Service (KWS; de overheidsorganisatie die het beheer van de Nationale parken uitvoert) dat ze geregistreerd zijn als gids. Ook moeten ze een certificaat van goed gedrag kunnen overleggen. Dit wordt bij entree van het park gecontroleerd. In de Lonely Planetgids ‘Trekking in East Africa‘ vind je aanbevelingen van een aantal betrouwbare bureaus. Wij gingen met Summit Venture Expeditions in Naro Moru.

Point John vanuit de Teleki valley

Point John vanuit de Teleki valley

Advies 3: Neem de tijd voor de beklimming. Als je wilt kun je in drie dagen op en neer vanuit Naro Moru naar Point Lenana. Dag één: met de landrover naar Met Station en van daaruit lopen naar Mackinders camp. Dag twee: om twee uur ‘s ochtends naar Point Lenana, dan retour naar Mackinders of zelfs Met Station. Dag drie: weer het park uit. Toch is dit niet verstandig, alleen al vanwege het grote hoogteverschil. Neem de tijd voor een trekking en beklimming. Geniet van de natuur en probeer enigszins te acclimatiseren.

Advies 4: Op de Mount Kenya gaat het meestal ongeveer als volgt. ‘s Ochtends is het helder en als de zon opkomt is het al gauw lekker warm. Maar in de loop van de ochtend, tussen 10 een 12 uur komen wolken opzetten. Op het summit circuit, de route die helemaal rond de toppen van de Mount Kenya loopt en wat rond de 4000 meter hoog ligt, wordt het al gauw koud. Met wind, regen, hagel of sneeuw wordt het onaangenaam. De kans op verdwalen is daarbij beslist aanwezig. Dit komt veel voor. Adequate kleding is daarom noodzaak.

Advies 5: Als je naar Kenia wilt gaan oriënteer je dan ruim van tevoren op zaken als vaccinatie, medicatie tegen malaria, benodigd visum, preventie van hoogteziekte, uitrusting en verzekering.

Wij deden deze trekking met ondersteuning van Charles Wanja.